Den Haag, 26 september 1882

// oktober 14th, 2013 // Carolien van Welij * BLOG

Den Haag, 26 september 1882. Een moeder schrijft haar zoon in Nederlands-Indië. Ze vertelt uitgebreid over ‘het kleintje’. Dat die vandaag ‘reeds zo vervuld is van de laatste dag van haar 6 jaar’. Welke cadeautjes allemaal in huis zijn gehaald (een pop met echte lange haren, een goud ringetje speciaal voor haar dunne vingertjes gemaakt, presentjes die de poppen aan haar geven).
Zij schrijft over het programma van het feestje, over de uitjes naar Scheveningen en over de eetlust van het kleintje: ‘eeten is een naar ding voor haar het beste gaat nog brood en sedert geruime tijd droog even als Pa’. Zoals in iedere brief gaat het ook over geld: ‘ben op het oogenblik slecht bij kas’ en zij hoopt dat ‘een wissel van u onderweg is’.

In de brief manoeuvreert zij tussen haar verschillende rollen. Zij is de bezorgde moeder die het beste voor haar zoon in het verre Indië wil, de moeder die haar zoon wil steunen en hem niet in de weg wil zitten. Maar zij is ook de liefdevolle oma die zijn Indo-dochter opvangt. Een oma die haar kleinkind liefde en aandacht van een vader gunt. En dan is ze nog de weduwe die financieel afhankelijk van hem is.

De brief is in etappes geschreven: de dag voor en de dag na de verjaardag. In het eerste deel schrijft zij dat het meisje ‘rekent op een telegram van Pa want al hebt gij haar in uw laatste brief gefeliciteerd, “dat helpt niet op mijn verjaardag” zegt ze’.
In het tweede deel volgt een uitgebreid verslag van hoe de dag is verlopen: wie er waren, hoe het weer was, welke cadeaus in de smaak vielen (‘de pop het welkomste van alles dus moest heden op school vertoond worden’). Over een telegram wordt niet gesproken.

Leave a Reply