*- Carolien van Welij * BLOG

Vertrek en aankomst

// september 9th, 2014 // No Comments » // Carolien van Welij * BLOG

Vertrekken is afscheid nemen. Maar ergens aankomen gaat net zo goed met afscheid gepaard. Dat is het afscheid van de tijd tussen vertrek en aankomst: het afscheid van een reis. Louis Couperus beschrijft dat mooi aan het einde van zijn reis naar Indië, China en Japan, zijn derde en laatste reis naar Indië:

‘Onze reis was ten einde. En niet zonder ontroerend, in ons hart, achter te laten de groote weemoed, die er, zoo vreemd, zinkt in ons menschelijk gemoed, bij èlk einde: dat van een feest, dat van een taak, dat van een liefde, dat van een leven, dat van àlles wat wij in deze wereld korten of langen tijd hebben doorleefd, niet het allerminst bij het einde van een reis, van een lange, mooie reis als deze.’ (uit: Nippon, 1925)

Couperus laat zien dat aankomst en vertrek niet alleen thema’s van de wereldreiziger zijn. Aankomst en vertrek zijn de sleutelwoorden in ons leven. Op de weg van baby, naar peuter en van puber naar volwassene: steeds komen we aan in een nieuwe levensfase en moeten we afscheid nemen van de oude.

Iedere ontmoeting is aankomen en weer vertrekken. In ieder boek dat je leest of film die je kijkt, arriveer je in een wereld waarvan je ook weer afscheid moet nemen. En iedere dag dat je wakker wordt is een aankomst in een nieuwe dag, met een vertrek aan het einde van de dag als je in slaap valt. Bestaat de kunst van het leven uit het leren afscheid nemen?

Beleef een bijzondere avond met verhalenkunst over aankomst en vertrek bij de tweede editie van Café Riboet. Aanstaande vrijdagavond in de Kompaszaal op het KNSM-eiland in Amsterdam. Voor meer informatie en kaartjes: Het Indisch Zwijgen? Me Hoela! en Castel Bianco.

Klaar om te gaan?

// mei 23rd, 2014 // No Comments » // Carolien van Welij * BLOG

Klaar om te gaan? Ik fiets door de stad en die vraag wordt me op iedere hoek gesteld. Bushokjes en reclamezuilen herinneren ons aan onze sterfelijkheid en wijzen fijntjes op de verantwoordelijkheid die we zouden moeten voelen en nemen. Bij twijfel is er de gratis testamentscan. Zestig procent van de Nederlanders heeft geen testament.

Deze week kreeg ik de wilsbeschikking van mijn betovergrootvader in handen. Een zakelijk document met veel cijfers en jurdische termen. Niet de meest spannende materie.

Mijn voorvader blijkt bij de Javabank nog effecten te hebben liggen. Dat geld was bedoeld voor noodgevallen ‘en verder om te dienen voor uitkeeringen na mijn dood aan personeel dat mij tot mijn dood zal hebben gediend’. De huisjongens, de koejongens, de staljongens en ‘enkele vaste koelies’ zullen allemaal een maandelijks pensioen ontvangen.

Veel woorden zijn gewijd aan twee vrouwen van het huispersoneel, Gendook en Waginem: ‘de eerste zoogenaamd Mas Adjeng, de tweede meer bekend onder den titel van Baboe mijner dochter’. Voor beide vrouwen moet een huis gekocht worden. En met onderstrepingen legt hij er de nadruk op dat ze ieder een eigen huis moeten krijgen.

Waginem zou volgens een stamboom de moeder van zijn dochter Marianne zijn. Is dan Gendook de moeder van mijn overgrootmoeder? Zou ik eindelijk een naam van haar hebben? In een testament schuilen achter al die cijfers de meest intieme zaken.

Het liefst denken we niet aan onze eigen dood. En als je dat volhoudt, ga je ook geen testament opstellen. Het lezen van het testament van een ander werkt verhelderend zonder opdringerig te zijn. Dood gaan we allemaal – wordt je weer stilletjes verteld.

Mijn betovergrootvader merkt in zijn testament over zijn eigen dood op: ‘Daar niet te zeggen is wanneer dat zal plaats hebben’ en vervolgt: ‘en er dus telkens verandering kan voorkomen, zal dus nog wel wijziging plaats hebben’. In december 1921 stelde hij de laatste versie op. Ruim twee jaar later overleed hij.

Carolien van Welij

De Geschiedenis

// maart 14th, 2014 // No Comments » // Carolien van Welij * BLOG

Verdiepen in de geschiedenis van je familie brengt je vanzelf in aanraking met De Geschiedenis met hoofdletters. Soms komt die geschiedenis heel duidelijk om de hoek kijken: bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog als mijn oma schrijft over de Japanners in het kamp. Maar soms is minder zichtbaar hoe de algemene geschiedenis uit de schoolboeken die van particuliere mensen beïnvloedt.

Zoals wij onszelf nu zien als unieke, bijzondere wezens, zo trad ik in mijn familieonderzoek ook mijn voorouders tegemoet. Mijn betovergrootvader had zijn eigen beweegredenen om naar Indië te vertrekken. Zijn ontmoeting met mijn Javaanse betovergrootmoeder, de kinderen die geboren werden en naar Nederland gestuurd: ik zag het als een verhaal van deze twee individuen die hun eigen leven vorm gaven.

Dat is misschien naïef, en ook met een zeer eenentwintigste-eeuwse bril, maar dat was wel mijn aanvankelijke houding. Wat is het verhaal van deze mensen? Om iets meer van die tijd te begrijpen, pakte ik er een boek bij over de geschiedenis van Nederlands-Indië. Die geschiedenisboeken zorgen ervoor dat je gaat inzien dat die particuliere geschiedenis niet zo particulier is. Er waren vele mannen zoals mijn voorouder Marinus die naar Indië vertrokken in de negentiende eeuw. Relaties tussen Nederlanders en inlandse vrouwen bleken ook helemaal niet zo bijzonder.

Die kennis van de Geschiedenis werkte verontrustend: ik moest het sprookjesachtige familieverhaal van een betovergrootvader die trouwde met een dochter van een Javaanse sultan herschrijven. En tegelijkertijd verzachtend: hij was niet de enige vader die zijn Indo-kinderen naar Nederland stuurde en dus weghaalde bij hun moeder.

Ik kan mijn voorouders nu zien als deel van de geschiedenis, de koloniale geschiedenis van Nederlands-Indië. Nu ruim een eeuw later zie je hoe sommige van hun keuzes misschien niet zo uniek waren, maar deel waren van de stromen in de geschiedenis. Maar hoe hebben zij dat zelf ervaren? Doe ik mijn voorouders ook weer niet tekort door zaken te verklaren aan de hand van feiten uit geschiedenisboeken?

En hoe kijken later de nieuwe generaties terug op de ‘unieke’ keuzes die wij nu maken en manieren van onze levens inrichten? Wij hebben ongetwijfeld meer keuzevrijheid in ons leven dan onze voorouders, maar van welke Geschiedenis maken wij deel uit?

Carolien van Welij

Bewegingen

// januari 31st, 2014 // No Comments » // Carolien van Welij * BLOG

Een verhaal wordt verteld in de verhalenkast, vervolgens opgeslagen in de online-verhalenbank van ‘Het Indisch Zwijgen? Me Hoela!’ En dan? Ontrukt aan de vergetelheid en netjes opgeborgen voor de geschiedenis? Klaar? Nee, dan begint het pas!

De verhalen zijn het middelpunt van nieuwe bewegingen. Bewegingen in ruimte: zoals mijn ouders naar Java reisden om de fundamenten van de indigofabriek van mijn betovergrootvader te voelen, het graf van mijn overgrootvader te bezoeken en te rijden door het het gebied van mijn opa en oma.

Bewegingen in families: nichten zoeken neven op, tantes schrijven verhalen, onbekende neven en ooms worden gevonden, familieherenigingen in Oost en West.

En nu komen er spannende nieuwe bewegingen bij: verhalen worden kunst. Muziek, theater, beeld, dans en literatuur: vanavond kunnen we het tweede leven van verhalen zien en horen in Café Riboet in de Roode Bioscoop in Amsterdam.

Gemis

// december 15th, 2013 // 1 Comment » // Carolien van Welij * BLOG

Met de blik van een onderzoeker probeer ik naar mijn Indische familiegeschiedenis kijken. Van een afstand. Ik voel wel verwantschap met mijn voorouders. Ik voel me met hen verbonden. Maar voor mij is de interesse in mijn familiegeschiedenis niet gekleurd door pijn, verdriet, trauma’s, schuld of schaamte. Ik kan er vrij naar kijken.
Ik ben alleen maar nieuwsgierig.

Hoe verder je teruggaat in de tijd, hoe makkelijker je een afstand creëert. Ik leef mee met auteurs van de negentiende-eeuwse brieven zoals ik mee kan leven met een romanpersonage.
Zo’n zelfde soort afstand heb ik tot de levensgeschiedenis van mijn opa en oma. Mijn opa die ik nooit heb gekend. Mijn oma die overleed toen ik nog jong was.
Mijn familiegeschiedenis ligt netjes in een koffer, klaar voor onderzoek.

Ruim twee weken geleden veranderde dat. Mijn oom is overleden. De oudste zoon van mijn opa en oma. Geboren in Soekaboemi.
Nu voel ik hoe levend familiegeschiedenis is. En wat een gemis het is als iemand die levende familiegeschiedenis verlaat.

Carolien van Welij

Olympische Spelen 1940

// november 8th, 2013 // No Comments » // Carolien van Welij * BLOG

Olympische Spelen 1940

Mijn overgrootvader heeft aan het eind van de negentiende eeuw als marine-officier in Soerabaja gewoond.

Het krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek (kranten.kb.nl) helpt mij zijn Indische stappen te volgen. In het Bataviaasch Nieuwsblad van 1898 lees ik dat het hem na drie jaar ‘vergund was wegens ziekte te repatrieeren’.

Als hij gepensioneerd is, maakt hij nog één reis naar de Oost. Hij wil zijn vrouw Indië laten zien, de geboorte van zijn kleinkind op Java meemaken en daarna door naar de Olympische Spelen in Japan. Hij was een scherpschutter.

Mijn overgrootvader was er op de verkeerde plaats, op het verkeerde moment. De Tweede Wereldoorlog brak uit. De Olympische Spelen werden afgelast. De Japanners ontdekten zijn kisten met geweren en pistolen en verdachten hem van spionagepraktijken. De Indië-reis eindigde voor hem in het mannenkamp en hij kwam niet meer terug.

Keuzes

// november 1st, 2013 // No Comments » // Carolien van Welij * BLOG

Keuzes maken. Hoe meer ik mij verdiep in de geschiedenis van mijn voorouders, hoe duidelijker het voor mij wordt dat het – net als in de rest van het leven – draait om keuzes maken. Je volledige familiegeschiedenis is te groot: die is oneindig in vele opzichten.

Je kunt steeds verder teruggaan in de tijd: maar waar houd je op? Je kunt je richten op één tak binnen de familie, maar ook daar dienen weer nieuwe vertakkingen zich aan. Je kunt je beperken tot bepaalde bronnen: brieven, krantenberichten. Toch is er steeds het gevaar dat je jezelf verliest in een veelheid aan gegevens en dat je de weg kwijtraakt.

Deze weblog biedt mij een heldere begrenzing: ik richt me op de Indische familiegeschiedenis en volg het spoor van het Indische bloed. En zo kwam ik op het pad van de vrouwelijke lijn van mijn oma, en haar moeder en oma.

Kiezen is belangrijk, maar soms is het leuk om je keuzes even los te laten om weer nieuwe ontdekkingen te doen. Ik ga toch eens snuffelen in een andere tak van de stamboom. Niet ver weg: de vader van mijn opa.

Wordt vervolgd.

Den Haag, 26 september 1882

// oktober 14th, 2013 // No Comments » // Carolien van Welij * BLOG

Den Haag, 26 september 1882. Een moeder schrijft haar zoon in Nederlands-Indië. Ze vertelt uitgebreid over ‘het kleintje’. Dat die vandaag ‘reeds zo vervuld is van de laatste dag van haar 6 jaar’. Welke cadeautjes allemaal in huis zijn gehaald (een pop met echte lange haren, een goud ringetje speciaal voor haar dunne vingertjes gemaakt, presentjes die de poppen aan haar geven).
Zij schrijft over het programma van het feestje, over de uitjes naar Scheveningen en over de eetlust van het kleintje: ‘eeten is een naar ding voor haar het beste gaat nog brood en sedert geruime tijd droog even als Pa’. Zoals in iedere brief gaat het ook over geld: ‘ben op het oogenblik slecht bij kas’ en zij hoopt dat ‘een wissel van u onderweg is’.

In de brief manoeuvreert zij tussen haar verschillende rollen. Zij is de bezorgde moeder die het beste voor haar zoon in het verre Indië wil, de moeder die haar zoon wil steunen en hem niet in de weg wil zitten. Maar zij is ook de liefdevolle oma die zijn Indo-dochter opvangt. Een oma die haar kleinkind liefde en aandacht van een vader gunt. En dan is ze nog de weduwe die financieel afhankelijk van hem is.

De brief is in etappes geschreven: de dag voor en de dag na de verjaardag. In het eerste deel schrijft zij dat het meisje ‘rekent op een telegram van Pa want al hebt gij haar in uw laatste brief gefeliciteerd, “dat helpt niet op mijn verjaardag” zegt ze’.
In het tweede deel volgt een uitgebreid verslag van hoe de dag is verlopen: wie er waren, hoe het weer was, welke cadeaus in de smaak vielen (‘de pop het welkomste van alles dus moest heden op school vertoond worden’). Over een telegram wordt niet gesproken.

Japanse interneringskaarten

// september 27th, 2013 // No Comments » // Carolien van Welij * BLOG

De Verhalenkast van Het Indisch Zwijgen? Me hoela! staat op 19 en 20 oktober in het Nationaal Archief in Den Haag. Een mooi contrast: die kleine kast waarin persoonlijke verhalen een stem krijgen met op de achtergrond zo’n enorm archief met objectieve documenten. Twee verschillende benaderingen die een zelfde geschiedenis tonen.

Ik bracht alvast een digitaal bezoek aan het archief de website gahetNA. En daar vond ik iets waarnaar ik niet op zoek was: tussen de Japanse interneringskaarten van Nederlandse en Indische krijgsgevangenen, vond ik die van mijn opa.

Een vergeelde kaart, met daarop een Engelstalig formulier (‘Place of Capture’, ‘Date of Capture’, ‘Rank’) en met de hand geschreven Nederlandse antwoorden. Omringd door Japanse tekens: in het rood, in het paars en in het blauw.

Bij ‘Occupation’ staat vermeld: ‘kinaplanter’. Zo heb ik mijn opa altijd gezien: als een planter in Indië die in de oorlog in een mannenkamp terechtkwam. Maar in 1942 was hij een krijgsgevangene, en dus was hij een soldaat. Een soldaat van het Koninklijk, Nederlands-Indisch Leger, het KNIL.

In de memoires van mijn oma vind ik er een paar zinnen over: ‘1941 Japanse invasie dreigt – Singapore gevallen. Paul werd opgeroepen in dienst. In de korte werkelijke strijd telefoonlijnen verzorgd in de Tjandoersevlakte.’

De kaart trekt steeds weer mijn aandacht. Tussen al die geheimzinnige Japanse tekens ontcijfer ik de delen die wel toegankelijk zijn. De namen van de ouders van mijn opa staan vermeld, inclusief alle voornamen. Bij de ‘Day of Capture’ staat 1942-3-8 met een streep er doorheen, en daaronder verbeterd: 17-3-8. De Japanse schrijfwijze voor 8 maart 1942, de dag van de capitulatie van Nederlands-Indië.

Zou mijn opa dit formulier misschien zelf ingevuld hebben? Aan de blokletters kan ik niet zijn handschrift herkennen.
In het Nationaal Archief liggen meer 48.0000 van deze interingskaarten. Een immense verzameling van objectieve archiefstukken. Maar in iedere kaart schuilt een persoonlijk verhaal.